Eén op de zes grotere familiebedrijven deelt eigendom met medewerkers
Een op de zes grotere familiebedrijven (17%) laat medewerkers delen in de eigendom van de onderneming. Bovendien overweegt bijna een kwart van de familiebedrijven zonder participatieregeling om die stap eveneens te zetten. Dat blijkt uit onderzoek van Nyenrode Business Universiteit, RSM en Van Lanschot Kempen onder 113 Nederlandse familiebedrijven. De ontwikkeling is een sterke afwijking van het traditionele beeld dat familiebedrijven 100% in familiebezit zouden moeten zijn en blijven.
Familiebedrijven die ervaring hebben met medewerkersparticipatie zijn zeer positief. Zo stelt 95% dat medewerkers die mede-eigenaar zijn gemotiveerder zijn om bij te dragen aan het succes van het bedrijf en zich sterker betrokken voelen. Daarnaast verwacht 89% dat medewerkers langer bij het bedrijf blijven.
"De sterkste pleitbezorgers van medewerkersparticipatie zijn familiebedrijven die er al ervaring mee hebben. Zij zien meer betrokkenheid, meer motivatie en medewerkers die langer aan het bedrijf verbonden blijven. Bovendien laat het onderzoek zien dat eigendom delen voor een groeiende groep familiebedrijven bespreekbaar is,” aldus prof. dr. Roberto Flören, RSM-hoogleraar Familiebedrijven en Bedrijfsoverdracht aan Nyenrode Business Universiteit.
Van werknemer naar mede-eigenaar
Medewerkersparticipatie is binnen familiebedrijven nog vooral weggelegd voor een selecte groep. Bij 89% van de bedrijven die participatie aanbieden, is de regeling bedoeld voor het topmanagement en sleutelfiguren binnen de onderneming. Bij 11% staat de regeling open voor alle medewerkers. Gemiddeld hebben participerende medewerkers 13,4% van de eigendom in handen.
De belangstelling neemt bovendien toe. Van de familiebedrijven die nu nog geen medewerkersparticipatie kennen, overweegt 24% om die in de toekomst in te voeren voor het topmanagement en andere sleutelfiguren. 6% overweegt een regeling voor alle medewerkers.
“Medewerkersparticipatie kan een heel krachtig instrument zijn om medewerkers aan een familiebedrijf te verbinden, maar fiscaal luistert de inrichting nauw. De waardering van de aandelen, de wijze van financiering en de voorwaarden waaronder medewerkers instappen, kunnen allemaal fiscale gevolgen hebben. Het begint daarom niet met de vraag hóé je medewerkers laat participeren, maar waarom. Pas daarna kun je een regeling zo vormgeven dat deze zowel bij de onderneming als fiscaal goed aansluit,” aldus Laura Bles-Temme, Managing Partner RSM.
Kansen én dilemma’s
Voor familiebedrijven die medewerkersparticipatie toepassen, is het vooral een manier om specifieke (groepen) medewerkers langdurig aan de onderneming te verbinden. Voor 47% is het bovendien een aantrekkelijk alternatief beloningselement dat niet direct ten koste gaat van de liquiditeitspositie van het bedrijf. Ook concurrentiedruk (16%) en een toenemende vraag vanuit medewerkers zelf (11%) spelen een rol bij de keuze voor medewerkersparticipatie.
Toch blijft de stap voor veel familiebedrijven groot. Zo wil 69% van de familiebedrijven zónder participatieregeling geen eigendom uit handen geven. Daarnaast noemt 53% de fiscale, juridische en administratieve complexiteit als struikelblok. Ook zorgen over de uitdiensttreding van participerende medewerkers (49%), tragere besluitvorming (44%) en de financiële gevolgen van het terugkopen van participaties (35%) maken dat veel familiebedrijven terughoudend blijven.
Mark Buitenhuis, Managing Director Private Banking Regio’s Nederland bij Van Lanschot Kempen: “Voor veel familiebedrijven blijft het binden en behouden van goede medewerkers een belangrijk vraagstuk. Dit onderzoek laat zien dat binnen familiebedrijven medewerkersparticipatie daaraan kan bijdragen. Tegelijkertijd is het wel belangrijk dat ondernemers zorgvuldig kijken naar wat wel en niet past bij hun bedrijf en bij hun langetermijnstrategie.”
Personeel binden vraagt om meer dan salaris
Familiebedrijven zien een positieve bedrijfscultuur nog altijd als de belangrijkste basis voor het behouden van medewerkers. Een prettige werksfeer (97%), open communicatie (90%), mogelijkheden voor zelfontplooiing (88%) en een goede werk-privébalans (80%) worden het vaakst genoemd als redenen waarom medewerkers blijven.
Tegelijkertijd blijft de druk om talent te binden en te behouden hoog. Meer dan 70% van de familiebedrijven maakt zich zorgen over de arbeidsmarktkrapte en 45% vreest gevolgen voor de continuïteit van de bedrijfsvoering. Tegen die achtergrond kijken ondernemers nadrukkelijker naar nieuwe manieren om talent aan zich te binden. Medewerkersparticipatie wordt daarbij steeds vaker gezien als aanvulling op goed werkgeverschap, ontwikkelmogelijkheden en een sterke bedrijfscultuur.
Nyenrode is een particuliere universiteit, in 1946 opgericht door en voor het bedrijfsleven met een internationale oriëntatie. Zij biedt academische opleidingen en programma’s binnen de vakgebieden business, management, accountancy, controlling en fiscaal recht en verricht ook onderzoek in deze vakgebieden. Zie voor meer informatie Nyenrode Business Universiteit.
RSM is adviseur op het gebied van assurance, belasting en consulting voor middelgrote organisaties en familiebedrijven op de nationale en internationale markt. Zie voor meer informatie RSM.